Skip to main content

Een cruciaal onderdeel van de financiering van de nieuwe ontwikkelingsdoelen 2015 - 2030 is belasting, zo pleiten Stef Smits en Catarina Fonseca in vakblad voor ontwikkelingssamenwerking Vice Versa. Zonder belasting zouden wij in Nederland geen duurzame water- en sanitaire voorzieningen hebben. In ontwikkelingslanden is dit niet anders. 

Stef Smits en Catarina Fonseca

Voor elke SDG moet worden nagedacht over een plan van aanpak, en dus ook over de begroting. IRC denkt na over de opdracht om iedereen te voorzien van schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen. Een cruciaal onderdeel van de financiering is belasting. Zonder belasting zouden wij in Nederland geen duurzame water- en sanitaire voorzieningen hebben. In ontwikkelingslanden is dit niet anders.

We hebben 15 jaar om wereldwijd 2,5 miljard mensen aan sanitaire voorzieningen te helpen en 750 miljoen mensen van schoon drinkwater te voorzien en zo de nieuwe Sustainable Development Goals (SDG’s) voor water en sanitatie te behalen. Daarvoor is zal  nationale publieke financiering een groter deel van de directe rekening moeten oppikken. In andere woorden: Belasting.


Volgens de VN is er ongeveer 27 miljard dollar per jaar nodig om iedereen van water en sanitatie te voorzien, of zelfs 290 miljard dollar per jaar als de infrastructuur (leidingen, pompen etc.) wordt meegerekend. Dit vereist heldere afspraken over wie de rekening betaalt, zowel die van de aanleg van nieuwe systemen als die van het beheer en onderhoud van de bestaande voorzieningen. Zonder belasting en andere publieke gelden zal dit niet lukken!

Hoe worden water en sanitatie nu gefinancierd in ontwikkelingslanden?

Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie bronnen van financiering, de zogenaamde 3Ts: Tarieven (Tariffs), Belasting (Taxes), en Transfers. Tarieven  is wat gebruikers direct betalen voor hun water en sanitatie. In de meeste landen zou dit de onderhoudskosten moeten dekken.Belastingen  worden vaak geïnvesteerd in de aanleg van nieuwe systemen, salarissen van bijvoorbeeld technici, of om de onderhoudskosten te dekken als tarieven niet afdoende zijn.Transfers zijn gelden uit ontwikkelingssamenwerking, grotendeels ingezet voor aanleg van nieuwe systemen.

Voor veel landen zijn Transfers veruit de belangrijkste bron van financieringen. In een Nederlands water-partnerland als Mozambique bijvoorbeeld, kwam vorig jaar 84% van alle nieuwe waterinvesteringen op rekening van donoren. 

Ten slotte wordt een groot deel van de rekening helemaal niet betaald (zie figuur 1). Vooral voor groot onderhoud en vervanging is vaak geen geld. En het gevolg? Kapotte pompen, lekkende pijpen, zuiveringsinstallaties die stilstaan. Als gevolg daarvan zien waterbedrijven hun inkomsten nog verder afnemen en kunnen nog minder uitgeven aan onderhoud.

Waarom publieke financiering?

Er moet iets gebeuren om deze situatie te veranderen. De belangrijkste daarvan: meer financiering uit belasting, zoals te zien in Figuur 1.

 Figuur 1: Verschuivingen in de manier waarop water en sanitatie gefinancierd wordt Bron: Norman et al, 2015

Er zijn verschillende redenen, waarom juist belasting zo belangrijk is. Vaak woont het grootste deel van de bevolking zonder water en sanitatie op het afgelegen platteland, waar de kosten van aanleg en onderhoud relatief hoog zijn. In bijna alle ontwikkelde landen, inclusief Nederland, zijn water en sanitaire voorzieningen, grotendeels uit belasting aangelegd, zeker op het platteland.

Voorzieningen die betaald worden uit publieke gelden zijn bovendien vaak duurzamer, omdat er meer verantwoordelijkheid over beheer is. Een studie in Colombia, bijvoorbeeld, wees uit dat watervoorzieningen beter beheerd worden als ze uit lokale belastingen betaald zijn dan wanneer ze gefinancierd werden uit algemene middelen of ontwikkelingshulp.

Alleen publieke financiering is niet genoeg, maar is een belangrijke katalysator

Naast belasting, moeten ook de inkomsten uit watertarieven omhoog. Soms betekent dit dat een eenheid water duurder wordt. Maar vaak gaat het er gewoon om dat tarieven beter worden geïnd, en dat er minder inkomsten verloren gaan, door minder lekkages. Maar om te zorgen dat waterbedrijven een betere administratie voeren en lekkages verminderen zijn juist ook vaak weer publieke investeringen nodig.

Daarnaast is het goed om institutionele investeerders – zoals pensioenfondsen – te interesseren om te investeren. Hoewel water- en sanitaire voorzieningen vaak pas op lange termijn rendement geven, is het vaak juist een vrij stabiel rendement. De publieke sector kan helpen in het opzetten van gespecialiseerde banken en andere financiële bemiddelaars, tussen de institutionele investeerders en de veelal kleine waterbedrijven. De Nederlandse Waterschapsbank kan daarbij als voorbeeld dienen, als bank die is opgericht om lange termijn financiering te leveren voor de vele relatief kleine waterschappen.

Wat kunnen wij doen? 

Het vergroten van publieke financiering vereist in eerste instantie dat landen meer belastinggelden te besteden hebben. Verschillende bijdrages in het “raising the game” debat van Vice Versa noemen al de maatregelen om belastingen te verhogen.  Daarnaast kunnen de Nederlandse water sector en ontwikkelingsorganisaties heel wat doen in aanloop naar de “financing for sustainability” conferentie in Addis Ababa.

Water NGOs kunnen meer inzetten op het accountable houden van (lokale) overheden over het innen en inzetten van publieke middelen. IRC werkt in Ghana en Oeganda samen met lokale partners om budgeten van de lokale overheid kritisch tegen het licht te houden. Is er goed gebudgetteerd? Ook voor groot onderhoud en investeringen? Is er een balans in de financieringsbronnen of is de begroting teveel gebaseerd op donorgelden? En worden ingediende budgeten ook daadwerkelijk uitgegeven? Hierin kunnen NGO’s een goede rol spelen.

Donoren in de water sector, waaronder de Nederlandse overheid DGIS, zouden zich sterk moeten maken voor het vergroten van nationale publieke middelen in partnerlanden. Vooral in de zogenaamde transitielanden is dit cruciaal. De meerjaren strategieën van de Nederlandse ambassades laten duidelijk zien dat de ondersteuning aan de drinkwater sector in (lagere) middeninkomenslanden langzaam afgebouwd gaat worden. Deze landen zullen dus echt werk moeten maken van domestic resource mobilization om de financiering van hun water sector op peil te houden. DGIS kan helpen bij het opzetten van haalbaarheidsstudies van water banken en andere investeringsmechanismes.

Waterleidingbedrijven die ook internationaal actief zijn (en hun donoren) moeten zich vooral richten op het vergroten van inkomsten uit tarieven. In een heel aantal landen is grote voortgang geboekt in het versterken van het beheer van publieke waterleidingbedrijven. Het verminderen van lekkages, betere inningssystemen en administratie, en, ja, ook in sommige gevallen het verhogen van tarieven zijn allemaal nodig.

Ten slotte, zal in de armste landen traditionele ontwikkelingshulp voor de aanleg en onderhoud van water en sanitatie voorzieningen nodig zijn. Zelfs als in een partnerland als Mozambique meer belasting kan worden geheven als percentage van haar BNP, zal dat nog steeds maar een beperkt bedrag zijn, en onvoldoende om de SDGs te behalen. Wel kan het geld van ontwikkelingshulp binnen de water sector nog gerichter worden besteed aan waar dat het hardste nodig: de armste landen en die sub-sectoren die het minste toegang hebben tot financiën, met name de rurale gebieden en sanitatie.

Kortom ... 

De SDG’s zijn ambitieus, maar niet onbereikbaar. Het behalen van de SDG voor water en sanitaire voorzieningen zal een verschuiving vereisen in de manier waarop de sector wordt gefinancierd. Nationale publieke financiering moet een groter deel van de directe rekening oppikken. Daarnaast moet publieke financiering zo worden ingezet dat het ook andere bronnen kan mobiliseren, zoals institutionele investeerders, en het vergroten van inkomsten uit tarieven. NGOs moeten hun rol spelen in het monitoren van die publieke investeringen en het aansprakelijk houden van (lokale) overheden. Ten slotte zal in de armste landen traditionele ontwikkelingssamenwerking nodig blijven, zich vooral richtend op die onderdelen van de watersector waar andere financieringsmechanismes het minst potentieel hebben.

 

Op 3 juni organiseert het IRC een seminar rondom dit thema. We nodigen geïnteresseerde lezers van Vice Versa hierbij van harte uit om dat seminar bij te wonen. Nadere informatie hierover is hier te vinden.

 

REFERENTIES

Bisaga I & Norman G (2015) Universal water and sanitation: how did the rich countries do it? Finance Brief 2, Public Finance for WASHwww.publicfinanceforwash.org

OECD. 2009. Managing Water for All; an OECD perspective on pricing and financing. OECD and IWA Publishing: London, UK

Norman G, Fonseca C & Trémolet S (2015) Domestic public finance for WASH: what, why, how?Finance Brief 1, Public Finance for WASH, www.publicfinanceforwash.org

Sánchez Torres, F and M. Pachón. 2013. Decentralization, fiscal effort and social progress in Colombia at the municipal level, 1994-2009 : Why does national politics matter? IDB working paper series 396. Inter-American Development Bank, Washington, DC